|
De
KNHS, FNRS en SRR werken gezamenlijk aan het
verhogen van de veiligheid binnen de
paardensport. Dat gebeurt onder andere door
het invoeren van het Veiligheidscertificaat
voor hippische accommodaties.
Wat is
het veiligheidscertificaat?
Het
Veiligheidscertificaat is een certificering
van de Stichting Veilige Paardensport (SVP).
Het wordt uitgegeven door het
Keurmerkinstituut in de vorm van een
gevelbord. Het is bestemd voor hippische
accommodaties zoals manegebedrijven,
verenigingsaccommodaties en pensionstallen.
Het veiligheidscertificaat wordt pas
afgegeven als de accommodatie voldoet aan de
daarvoor opgestelde veiligheidseisen. Deze
veiligheidseisen staan in het handboek
Veilig Paardrijden van de Stichting Veilige
Paardensport (www.veiligpaardrijden.nl)
De inspecties worden gedaan onder auspiciën
van het Keurmerkinstituut door speciaal
hiervoor opgeleide inspecteurs.
FNRS ruitersportcentra: verplicht per
01-01-2005
Alle FNRS
ruitersportcentra moeten sinds 01 januari
2005 een veiligheidscertificaat hebben. Op
deze centra mogen KNHS opleidingen,
verenigingsactiviteiten en SRR examens
worden georganiseerd. Een lijst van alle
gecertificeerde ruitersportcentra vindt u op
www.fnrs.nl.

Aan
het veiligheidscertificaat zijn ook enkele
regelementen verbonden:
-
Huisregels
-
Basiskennis paardrijden
-
Rijbaanregels voor ruiters
-
Regels
voor buitenrijden
-
Wat te
doen bij calamiteiten
-
Klachtenprocedure
-
Huisregels voor ruiters, publiek en
eigenaren van paarden/pony's.
Ten behoeve
van veiligheid én paardrijplezier voor ons
allen kent onze manege een aantal
huisregels. Wij rekenen op uw medewerking.
Voor iedereen
geldt:
-
Toeschouwers dienen zich rustig te
gedragen en mogen zich niet met de gang
van zaken in een les bemoeien.
- Niet
rennen en schreeuwen op stal.
- Er mag
in de stallen en te paard niet gerookt
worden.
-
Aanwijzingen van het stalpersoneel en
instructeurs dienen door iedereen
opgevolgd te worden.
- De
stalgangen dienen altijd netjes te zijn;
harnachement en gereedschap moet altijd
direct na gebruik worden opgeruimd. Na
het poetsen de gang vegen, zodat deze
schoon achtergelaten wordt.
Voor iedere
ruiter geldt:
-
Tijdens het rijden worden de
rijbaanregels in acht genomen.
-
Alcoholgebruik voor of tijdens het
paardrijden is niet toegestaan.
-
Klanten of vrijwilligers mogen alleen
paarden en pony's poetsen, van en naar
stal begeleiden en op- en afzadelen als
dit onder toezicht van stalpersoneel
gebeurt.
Klanten of vrijwilligers mogen paarden
zonder
toezicht verzorgen, wanneer zij hiervoor
bij de manege een korte theoretische en
praktische instructie hebben gevolgd.
Voor
beginnende ruiters c.q. nieuwe klanten geldt
bovendien:
- De
rijkunst van nieuwe klanten wordt in de
praktijk beoordeeld door de instructeur.
De instructeur deelt ruiters naar hun
niveau in bij de verschillende lessen.
-
Absolute beginners volgen minimaal twee
longe- of privélessen.
Voor
eigenaren van een paard of pony geldt
bovendien:
- Zadels
dienen uitgerust te zijn met goed
functionerende ophanghaken voor de
stijgbeugels.
Het gebruikte
harnachement van iedere combinatie dient
goed onderhouden te zijn en minimaal 1 keer
per maand gecontroleerd te worden op
gebreken en slijtage.
- Een
pony/paard is een groot zwaar dier
(300kg / 600 kg) met een eigen wil.
-
Eigenlijk is een paard een in een hechte
groep levend, grasetend dier van de
weidse vlakten. Al die eeuwen dat ze
onze bondgenoot zijn, hebben daar
nauwelijks iets aan veranderd.
- Een
paard is een vluchtdier. Zijn eerste
reactie als hij iets onverwachts ziet,
hoort of ruikt, is rennen en dan pas
omkijken of het wel gevaarlijk was.
- Omdat
ze in groepen leven, hebben paarden ook
een kudde-instinct. Als een groepsgenoot
vlucht, rent een paard mee om dan pas te
kijken wat er aan de hand was.
- De
beste eigenschap van een paard is zijn
snelheid en daar maakt hij veelvuldig
gebruik van.
- Een
paard is ook een gewoontedier. Als hij
ergens bang voor geworden is, zal hij
meestal naar een bekende, veilige
omgeving vluchten. In ons geval dus
meestal naar huis, de stal of de
uitgang.
- Mocht
je paard ergens van schrikken, wees er
dan op bedacht dat hij in zijn
vluchtreactie weg van het gevaar zal
rennen, naar de andere paarden toe of
naar huis / stal / uitgang.
- Pas
als een paard gezien heeft wat het
gevaar is en hij besluit er wat aan te
doen, gebruikt hij zijn tanden,
voorbenen en achterbenen als hele snelle
en effectieve wapens.
-
Paarden hebben een onzichtbare cirkel om
zich heen: hun privé-gebied. Paarden
accepteren binnen hun privé-omgeving
geen vreemden of anderen die ze niet
aardig vinden of die zich niet op de
juiste manier gedragen. Bij een paard is
de privé-omgeving ongeveer een
paardlengte (2 meter).
-
Paarden hebben een zeer goed
associatievermogen. Een paard zal een
slechte ervaring (onterechte straf,
gevaarlijk voorwerp) dan ook niet snel
vergeten. Van hun goede geheugen maken
wij gebruik als we paarden leren hoe het
er in de mensenwereld aan toegaat en hoe
we ze met ons mee kunnen laten werken,
zodat ze er zelf ook plezier aan hebben.
In het algemeen geldt: hoe jonger het
dier, hoe onervarener. Een onervaren
paard zal met name oorspronkelijk
paardengedrag en paardenreacties
vertonen en minder aangeleerde
mensenreacties.
- Als er
iets gebeurt, houdt een paard geen
rekening met z'n berijder of begeleider.
Jij zult dus rekening met hem moeten
houden.
- Een
paard praat via zijn lichaam, zowel met
andere paarden als met ons. Aan de
positie van hoofd, benen en staart, aan
de stand van de oren, uitdrukking van
ogen en mond en dergelijke, is af te
lezen hoe een paard zich voelt. Het
duurt een hele tijd voordat wij de
paardentaal kunnen verstaan en
begrijpen. Probeer de paardentaal je
eigen te maken door veel naar paarden te
kijken, luisteren naar instructeurs en
ervaren ruiters en door boeken over
paarden te lezen.
-
Paarden ervaren de wereld niet zoals
wij. Het meest opvallende verschil is
zijn gezichtsvermogen. Een paard heeft
zijn ogen aan de zijkant van 't hoofd en
dat betekent dat hij sommige dingen
alleen met één oog ziet. Als hij
vervolgens met z'n andere flank langs
een voorwerp loopt, ziet hij het met
zijn andere oog en kan het voorwerp dus
nieuw voor hem lijken. Alleen wat in de
driehoek recht voor het paard is, kan
hij goed met twee bekijken en met diepte
zien. Gevolg is dat een paard zijn hoofd
naar iets toe moet draaien om goed te
kunnen zien. Dat moeten we ook toelaten.
Het gebied recht achter en boven zich,
kan een paard niet zien. Van zijn
berijder ziet het paard dus alleen de
uitstekende en wapperende armen en
benen. Als je onverwachte bewegingen
maakt met die armen en benen, kan een
paard daar goed van schrikken.
Onderstaande afbeelding geeft aan wat
een paard wel en niet kan zien.
- Ieder
dier heeft zijn eigen karakter en
eigenaardigheden. Het is geen schande
als je met een bepaald paard niet kan
omgaan. Het duurt bijna een mensenleven
voor je echt weet wat een paard is en
hoe je ermee moet omgaan.
-
Overschat jezelf niet. Je kunt beter
weten waar je grenzen liggen, dan ze
overschrijden en daardoor letsel
oplopen.
-
Waarschuw een paard met je stem wanneer
je hem nadert (bijvoorbeeld door zijn
naam te roepen), zeker als hij je niet
kan zien aankomen. Een paard beschouwt
zijn box als zijn eigendom. In een box
heeft hij geen ruimte om te vluchten en
als hij plots gestoord wordt, kan hij
aanvallen of desnoods proberen door jou
heen naar buiten te komen.
- Zet
een paard nooit aan zijn teugels vast.
Het gevaar is aanwezig, dat hij bij een
onverwachte beweging zijn kaak of nek
breekt of zijn mond beschadigt.
- Als je
een paard vastzet, kan hij niet vluchten
en belemmer je zijn uitzicht naar
achteren. Veel paarden hebben hier nare
ervaringen mee. Hun natuurlijke reactie
is dan zich verdedigen door met hun
achterbenen te dreigen of echt te slaan
of zich los te trekken door te gaan
hangen.
- Bind
een paard met een halstertouw vast aan
een stevige balk of iets dergelijks.
Gebruik hiervoor de paardenknoop. Deze
knoop gaat niet los als het paard gaat
hangen, maar kan als het nodig is wel in
één beweging worden losgetrokken (1 en
2).
- Leid
een paard niet met je hand aan het
halster, maar bevestig een touw met
musketon aan het halster.
- Loop
nooit vlak achter een paard langs.
- Doe
alles rond het paard rustig, duidelijk
en beheerst, zodat hij niet schrikt en
gebruik je stem.
- Loop
links naast je paard en in de pas met
hem, zodat hij niet op je tenen gaat
staan. Als zijn linkerbeen naar voren
gaat, gaat jouw linkerbeen ook naar
voren. Als je voor je paard loopt en hij
schrikt ergens van, kan hij over je heen
lopen.
- Leer
hoe je een paard op de juiste manier
moet poetsen, hoe je een paard goed en
veilig opzadelt en hoe je zijn hoofdstel
aan doet. Laat het controleren door
iemand met veel ervaring.
- Neem
als beginnend ruiter niet alleen
paardrijles, maar leer ook een paard te
verzorgen. Op die manier leer je veel
beter wat een paard doet, hoe het denkt
en hoe het kan reageren.
-
Rijbaanregels voor ruiters
Net als in
het verkeer gelden er ook regels in de
rijbaan. Ruiters dienen zich aan
onderstaande rijbaanregels te houden.
Begrijpt u één of meer regels niet? Uw
instructeur of overige personeelsleden geven
u graag een toelichting.
- Bij
het rijden dienen alle ruiters een goed
passende veiligheidshelm met gesloten
kinband te dragen.
(Voorzien van CE-markering en het EN
1384-teken)
- Bij
het rijden dienen de schoenen ruim in de
stijgbeugel te zitten.
- Bij
het rijden dienen alle ruiters
rijlaarzen te dragen óf stevige schoenen
met een gladde doorlopende zool en hak,
gecombineerd met chaps.
- Bij
het rijden dienen grote, uitstekende
sieraden en losse kleding te zijn af-
c.q. uitgedaan.
- De
rijbaan betreden of verlaten:
aankondigen met "deur vrij" of "ingang
vrij".
- Op- en
afstijgen op de AC-lijn.
- Niet
stappen of halthouden op de hoefslag.
- Rijd
je op de binnenste hoefslag, houd dan
voldoende afstand van de combinaties op
de buitenste hoefslag.
- De
combinatie op de hoefslag heeft voorrang
op de combinatie die een figuur rijdt;
kom je bijvoorbeeld uit een volte, dan
moet je aansluiten achter de combinatie
die op de hoefslag rijdt.
- De
combinatie welke op de linkerhand rijdt,
heeft bij het passeren de hoefslag: je
houdt dus rechts aan en kunt elkaar de
linkerhand geven tijdens het passeren.
- Degene
die een snellere gang heeft en/of
zijgangen rijdt, heeft altijd voorrang.
- Snijd
elkaar niet af en geef elkaar de ruimte
bij het passeren.
- Het
springen over een hindernis moet worden
aangekondigd als er ook andere ruiters
in de rijbaan rijden.
-
Longeren: het is niet toegestaan te
longeren in de binnenbanen.
(uitgezonderd longeerlessen en bij het
zadelmak maken van jonge paarden)
In de natuur
paardrijden is geweldig. Maar houdt u zich
dan wel aan onderstaande regels? Zo blijft
paardrijden veilig voor uzelf, anderen en
het paard!
- Alle
ruiters van een groep die naar buiten
gaan (openbare weg en of natuurgebied)
moeten minimaal in staat zijn
zelfstandig te kunnen galopperen. Zij
moeten worden begeleid door een ruiter
die gekwalificeerd is om leiding te
geven (of instructeur) en die een geldig
ruiterbewijs heeft.
- De
leider van de groep moet de ruiters van
de groep voor vertrek instrueren over de
commando's die onderweg worden gegeven
en ook over algemene gedragsregels bij
val van een ruiter, op hol slaan en
dergelijke.
- De
leider van de groep beschikt over een
mobiele telefoon met het alarmnummer en
de nummers van de manege en de
dierenarts. Schakel de mobiele telefoon
tijdens de rit uit, in verband met de
mogelijke schrikreactie van het paard.
- De
leider van de groep heeft een reserve
beugelriem en een scherp mes met
afgeschermd lemmet bij zich.
- Een
groep die naar buiten gaat mag niet
groter zijn dan 10 ruiters in totaal.
- Een
begeleidende fietser mag niet vlakbij of
vlak achter het paard rijden.
-
Ruiters die op een manegepaard
individueel naar buiten gaan, moeten in
het bezit zijn van een geldig
ruiterbewijs. Ruiters die op een eigen
paard naar buiten gaan, moeten hiertoe
worden gestimuleerd.
- De
instructeur moet alle ruiters in zijn
bedrijf die buiten willen rijden,
inlichten over de eisen verbonden aan
het examen voor het ruiterbewijs en de
ruiters op hun verzoek opleiden voor het
examen.
- De
huisregels en de rijbaanregels gelden
ook voor buiten rijden, voor zover van
toepassing.
- Bij
het rijden in het donker of schemer
dient de ruiter de wettelijke verplichte
verlichting te voeren, volgens artikel
36 reglement 'verkeersregels en
verkeerstekens' (RVV), 1990. De ruiter
moet rood licht naar achteren stralen en
wit of geel licht naar voren.
- Het
dragen van reflecterend materiaal aan
paard en/of ruiter wordt sterk
aanbevolen.
- Bij
buitenritten met minder ervaren
ruiters/kinderen is de aanwezigheid van
een ervaren ruiter gewenst, ter
ondersteuning van de instructeur.
- Wat te
doen bij calamiteiten?
Hieronder
staan enkele voorbeelden van
ongevalsituaties die zich tijdens het
paardrijden kunnen voordoen. Aangegeven is,
wat er standaard in zo'n geval dient te
gebeuren. Wat er specifiek dient te
gebeuren, hangt sterk af van de situatie. In
ieder geval geldt altijd: geen paniek, blijf
rustig!
Belangrijk! Volg altijd de instructie op van
uw instructeur en/of de medewerkers van de
manege!
Ruiter valt
van paard:
- Alle
ruiters houden halt (let op: niet op de
hoefslag!).
-
Instructeur met EHBO- of BHV-diploma
gaat naar slachtoffer.
-
Omstanders sluiten zonodig de rijbaan
en/of weg af.
-
Omstanders vangen paard op.
- Creëer
een rustige sfeer.
-
Forceer de ruiter niet om weer op te
stijgen.
-
Raadpleeg bij twijfel een arts of
waarschuw een ambulance. EHBO-er blijft
bij het slachtoffer!
Paard (met
of zonder ruiter) gaat er van door:
- Alle
ruiters houden halt (let op: niet op de
hoefslag!).
- Bij
buiten rijden probeert de ruiter (indien
aanwezig) het paard op een volte te
sturen; bij binnen rijden, volgt de
ruiter (indien aanwezig) de instructies
van de instructeur op.
- Indien
zich een ruiter op het paard bevindt,
dient deze in elk geval niet voorover te
gaan zitten.
-
Omstanders sluiten zonodig de rijbaan
en/of weg af.
-
Omstanders praten in op het paard om het
te kalmeren.
-
Omstanders vangen paard op.
- Creëer
een rustige sfeer.
Ruiter
blijft met voet in de beugel hangen:
-
Omstanders en instructeur dwingen het
paard onmiddellijk tot stoppen door het
in te sluiten.
-
Omstanders praten in op het paard om het
te kalmeren.
-
Instructeur met EHBO-diploma gaat naar
slachtoffer.
-
Omstander waarschuwt ambulance. EHBO-er
blijft bij slachtoffer.
- Creëer
een rustige sfeer.
Indien u
klachten heeft over het naleven van de
veiligheidseisen op onze accommodatie horen
wij dat graag zo spoedig mogelijk. Op deze
wijze kunnen we eventuele onveilige
situaties snel oplossen. Alle klachten
behandelen we op dezelfde manier:
- Dien
uw klacht mondeling in bij het
personeel, indien er geen
overeenstemming wordt bereikt, dan kunt
u uw klacht binnen twee weken
schriftelijk indienen bij de eigenaren.
De klacht dient duidelijk omschreven te
worden met een heldere onderbouwing van
uw standpunt en kan nooit anoniem
ingediend worden.
- Binnen
twee weken ontvangt u schriftelijk een
antwoord van of namens de eigenaar van
de hippische accommodatie.
- Indien
u zich niet kunt vinden in het antwoord
of u heeft klachten over aangelegenheden
rondom veiligheid en/of het
veiligheidscertificaat in het algemeen
en kunt hierover geen overeenstemming
bereiken met de eigenaar, dan kunt u
uitsluitend schriftelijk en niet anoniem
indienen bij het secretariaat van
Stichting Veilige Paardensport, Postbus
3040 CA Ermelo.
- Vanaf
dat moment worden de klachten behandeld
conform de reglementen en procedures van
Stichting Veilige Paardensport.
Geef uw
vragen, klachten en ideeën op het gebied van
veiligheid door aan uw instructeur, de
manegehouder of overige manegemedewerkers.
Wij kunnen dan verbeteringen in gang zetten! |